Het hart bestaat uit verschillende soorten cellen, waaronder fibroblasten. Als hulpcellen houden fibroblasten het hart sterk en helpen ze het hart te herstellen als schade is ontstaan. Ze maken nieuw bindweefsel aan om te helpen bij het herstel, bijvoorbeeld na een hartinfarct. Bindweefsel is een belangrijk ‘netwerk’ van cellen en vezels, dat het lichaam structuur en steun geeft. Als deze cellen te actief of langdurig bindweefsel aanmaken, ontstaat fibrose. Fibrose lijkt op littekenweefsel, dat de hartspier stugger kan maken. Als dat gebeurt, kan het hart minder goed zuurstofrijk bloed door het lichaam pompen. Dit noemen we hartfalen.
Bij veel hartziekten, zoals na een hartaanval of bij problemen met de hartkleppen, is het littekenweefsel (fibrose) een groot probleem. Dan is het belangrijk vroeg vast te stellen waar in het hart de hulpcellen te actief zijn en fibrose veroorzaken. Zo kunnen we zo snel en gericht mogelijk behandelen. Nieuwe onderzoeksmethoden helpen hierbij.
Actieve cellen in beeld met PET en MRI
Met moderne manieren om het hart goed in beeld te brengen, zoals met PET- en MRI-scans, kunnen artsen nu goed zien hoe hard de cellen van het hart aan het werk zijn. Recent onderzoek laat zien dat deze cellen veel actiever zijn bij mensen met hartfalen dan bij gezonde mensen. De artsen zien ook verschillen in hartziekten. Na een hartaanval is de activiteit vaak op één plek heel sterk. Bij andere hartziekten is het meer verspreid over het hart.
Als de fibroblasten te actief zijn en te veel littekenweefsel maken, kan het hart minder goed herstellen. Ook als de juiste behandeling is ingezet. Als we goed zicht hebben op waar de cellen erg actief zijn, kunnen artsen het ziekteverloop bij een patiënt beter voorspellen. Dankzij onderzoek begrijpen we steeds beter hoe het hart werkt. Samen met patiënten kunnen we de beste behandelmogelijkheden bespreken en opstarten. Bijvoorbeeld met medicijnen die de fibroblasten kunnen afremmen. Zo zorgen we voor de best mogelijke behandeling voor iedere patiënt, die past bij de unieke situatie en behoeften van het hart.
Vroege herkenning is belangrijk
Een vroege diagnose en zo snel mogelijk de beste behandeling inzetten, kunnen helpen de schade aan het hart te beperken. Heeft u klachten als kortademigheid, hartkloppingen of vermoeidheid, dan is het belangrijk deze klachten serieus te nemen en een afspraak bij uw huisarts te maken. Uw huisarts zal, als dat nodig is, u doorverwijzen naar een cardioloog voor verder onderzoek.