085 – 303 86 20

Moet u na een geslaagde ablatie nog wel bloedverdunners gebruiken?

bloedverdunner aspirine na ablatie

Veel mensen met boezemfibrilleren krijgen na een succesvolle katheterablatie hun normale hartritme weer terug. Is het dan nog verstandig of nodig om na de ablatie en bij een normaal hartritme toch bloedverdunners te blijven gebruiken?

Een groot internationaal onderzoek dat in november 2025 in het medische tijdschrift The New England Journal of Medicine werd gepubliceerd, geeft nieuw inzicht in deze kwestie.

Wat is boezemfibrilleren en wat doen bloedverdunners?

Bij boezemfibrilleren klopt het hart onregelmatig. Hierdoor stroomt het bloed langzamer in de hartboezems, wat de kans op bloedstolsels vergroot. Als zo’n stolsel losraakt, kan het vastlopen in de hersenen en leiden tot een beroerte. Ook in andere organen kan het losgeraakte stolsel (embolus) schade veroorzaken. Daarom krijgen veel mensen met boezemfibrilleren bloedverdunners voorgeschreven, zoals rivaroxaban, apixaban of edoxaban.

Behandeling: ablatie

Bij een katheterablatie (ook wel pulmonaal vene isolatie genoemd) wordt een katheter via de lies ingebracht. De katheter maakt een litteken op de hartboezem, waarna de ‘verkeerde’ elektrische prikkels worden geblokkeerd. Bij veel patiënten die ablatie ondergaan, verdwijnt het boezemfibrilleren. Is het risico op een stolsel en een beroerte daarmee ook verdwenen? 

Onderzoek onder patiënten

Aan dit onderzoek deden 1.284 patiënten mee, die minimaal een jaar geleden een succesvolle ablatie hadden ondergaan. 

  • Patiënten werden willekeurig in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg dagelijks de sterke bloedverdunner rivaroxaban toegediend. De andere groep kreeg dagelijks een minder sterke bloedverdunner: aspirine. 
  • De patiënten werden drie jaar lang gevolgd. 
  • Gekeken werd naar symptomen en afwijkingen op de hersen-MRI, passend bij een beroerte of een embolus in andere organen. De nadelige effecten van bloedverdunning zoals bloedingen werden ook geregistreerd. 

Resultaten

Na drie jaar bleek dat er geen verschil in het aantal beroertes, andere stolsels of MRI-afwijkingen was tussen de rivaroxaban-groep en de arpirinegroep. Het aantal ernstige bloedingen trad iets vaker op bij patiënten uit de rivaroxaban-groep. 

Conclusie

Dit onderzoek laat zien dat het risico op een beroerte en andere stolsels laag blijft na een succesvolle ablatie. Een sterke bloedverdunner (rivaroxaban) beschermt niet beter dan aspirine, maar geeft een hogere kans op ernstige bloedingen. Na een succesvolle ablatie is de patiënt dus mogelijk beter af met aspirine dan met sterkere bloedverdunning. Onze cardiologen passen de meest actuele, wetenschappelijk onderbouwde behandelingen toe bij patiënten. Bespreekt u uw individuele situatie vooral met uw cardioloog: wellicht kunt u overstappen op een minder sterke bloedverdunner. Zo houden we samen vinger aan de pols.