Menu

Afkortingen

Afkortingen in de cardiologie

Download: Afkortingen in de cardiologie

123


4FTetralogie van Fallot
Aangeboren hartafwijking
6 MWT6 minutes walk test
6 minuten loop test. Afstand die patiënten in 6 minuten wandelen maximaal kunnen afleggen. De afstand is sterk gerelateerd aan ernst en prognose van hartfalen (de normaalwaarde voor een gezonde oudere patiënt is ongeveer 650 meter).

A


AAI/AAIRNomenclatuur voor het type en/of de instelling van een pacemaker. Bij een pacemaker met instelling AAI of AAIR vindt pacing en sensing alleen in de rechterboezem plaats
ACCAmerican College of Cardiology
ACSAcuut Coronair Syndroom
Ziektebeeld dat zowel het acute myocardinfarct met en zonder ST elevatie als instabiele angina pectoris (IAP) omvat.
AEDAutomatische Externe Defibrillator
Draagbaar toestel dat wordt gebruikt bij een persoon met een circulatiestilstand, waardoor op een geautomatiseerde manier een elektrische schok wordt toegediend, indien VF of VT wordt geregistreerd.
AF/AfibAtriumfibrilleren
AFLAtriumflutter
AHAAmerican Heart Association
AMAcuut Myocardinfarct
AoAorta
AoIAortaklepinsufficiëntie
AoSAortaklepstenose
APAngina Pectoris
ARBAngiotensine Receptor Blokker (Angiotensine II antagonist)
ARVCArythmogene RechterVentrikel Cardiomyopathie (zie ARVD)
ARVDArythmogene Rechterventrikel Dysplasie (ook wel ARVC)
Aandoening van in eerste instantie voornamelijk de rechterkamer van het hart waarbij vervetting en aneurysmavorming optreedt. Gaat gepaard met plotse dood en ventriculaire tachycardie. Bij patiënten met ARVD wordt veelal gekozen voor implantatie van een ICD.
ASDAtrium Septum Defect
ATPAnti-tachy Pacing
Functie van een ICD of pacemaker waarbij door korte pulsjes in de rechterkamer of -boezem een ventriculaire of atriale tachycardie kan worden beëindigd. Bij een ventriculaire tachycardie (VT) kan het circuit van de VT op deze wijze door de ICD worden onderbroken. Een ICD wordt meestal dusdanig geprogrammeerd dat bij een hemodynamisch stabiele VT er een programma van verschillende vormen ATP wordt afgegeven. Het voordeel is dat de patiënt hier meestal niets van voelt en de VT meestal succesvol wordt beëindigd. Er hoeft dan geen shock te worden afgegeven. Pacemakers beschikken soms over de mogelijkheid van atriale ATP. Dit kan behulpzaam zijn bij het beëindigen van een atriale tachycardie of atriumflutter.
AVAAortic Valve Area
Aortaklepoppervlak
AVNRTAtrio-ventriculaire Nodale Re-entry Tachycardie
Dit is een supraventriculaire tachycardie welke ontstaat in de AV-knoop. Bij patiënten met een AVNRT bestaat de AV-knoop uit een langzaam en een snel pad. Hierdoor kan na een extrasystole, in de AV-knoop zelf een cirkel (re-entry) tachycardie ontstaan. De tachycardie termineert vaak spontaan of na valsalva manoeuvre.
Een AVNRT kan worden onderdrukt door medicatie die de AV geleiding vertraagt, zoals verapamil of een bètablokker. Eventueel kan gekozen worden voor een ablatie van het langzame pad.
AVRAortic Valve Replacement
Aortaklepvervanging door een biologische prothese (over het algemeen varkensweefsel) of mechanische prothese.
AVRTAtrioventriculaire Re-entry-Tachycardie
Ook wel macro re-entry-tachycardie. Vanwege een extra elektrische verbinding tussen atrium en ventrikel kan er een re-entry circuit ontstaan tussen atria, AV-knoop, ventrikels en de aberrante verbinding. Een dergelijke tachycardie kan orthodroom zijn (retrograde geleiding over de extra verbinding, antegrade AV geleding) of antidroom (antegrade geleiding over de extra verbinding, retrograde AV geleiding). Een voorbeeld van een AVRT is het WPW syndroom (zie daar). De extra verbinding is dan tijdens SR als pre-excitatie (deltagolf) zichtbaar op het oppervlakte ECG. De extra verbinding kan soms ook alleen retrograad geleiden. Op het ECG tijdens SR is de verbinding dan niet zichtbaar, want er is geen pre-excitatie. We spreken dan van een concealed bypass.
AVSDAtrio Ventriculair Septum Defect
Congenitale aandoening waarbij een defect bestaat op het niveau van zowel atria als ventrikels.

B


Biv-ICDBiventriculaire Implanteerbare Cardiale Defibrillator
Apparaat dat een implanteerbare cardiale defibrillator (ICD) combineert met cardiale resynchronisatie therapie (CRT). Bij patiënten met een Biv-ICD zijn in totaal 3 draden geplaatst. Één in het rechter atrium, één in de rechter ventrikel en één in de sinus coronarius (LV lead).
BMIBody Mass Index
BMSBare Metal Stent

C


CAGCoronair Angio Grafie
CABGCoronary Artery Bypass Grafting (Bypass chirurgie)
Hierbij worden vaatverbindingen aangelegd tussen de aorta en de coronairen om de vernauwing te overbruggen.
CARTO3-dimensionaal electro-anatomisch mapping systeem
Combineert anatomische informatie van MSCT of MRI met elektrofysiologische gegevens tijdens een ablatie.
CCSClassificatie van de ernst van angina pectoris klachten volgens de Canadian classificatie Cardiovascular Society.
CCS IClassificatie van de ernst van angina pectoris klachten volgens de Canadian classificatie Cardiovascular Society.
Geen beperkingen in dagelijks functioneren. AP klachten pas bij forse inspanningen/ werk of sport.
CCS IIClassificatie van de ernst van angina pectoris klachten volgens de Canadian classificatie Cardiovascular Society.
Lichte beperking van normale activiteiten. AP klachten bij bijvoorbeeld 2 trappen lopen.
CCS IIIClassificatie van de ernst van angina pectoris klachten volgens de Canadian classificatie Cardiovascular Society.
Duidelijke beperking dagelijkse inspanningen (AP klachten bij lopen van een enkele trap in normaal tempo).
CCS IVClassificatie van de ernst van angina pectoris klachten volgens de Canadian classificatie Cardiovascular Society.
AP klachten bij minimale inspanningen.
CCUCoronary Care Unit
Hartbewakingsafdeling
CICardiac Index (zie Cardiac Output)
CMPCardiomyopathie
Ziekte van de hartspier.
COCardiac Output
Hartminuutvolume (in liter/ min). Geïndexeerd naar lengte en gewicht spreekt men van Cardiac Index (CI).
CPAPContinuous Positive Airway Pressure
Niet-invasieve beademingsondersteuning door middel van een afsluitend masker over neus en mond van patiënt. Door middel van continue verhoogde druk in de luchtwegen verbetert niet alleen de longcapaciteit, maar vermindert ook de afterload. Het wordt op de hartbewaking gebruikt bij patiënten met acuut hartfalen.
CRTCardiale Resynchronisatie Therapie
Ook wel biventriculair pacing. Vaak in combinatie met een ICD (CRT-ICD of biventriculaire ICD).
Cryo-ablatieElektrofysiologische ablatie procedure waarbij gebruik wordt gemaakt van lokale bevriezing. De elektrodetip wordt hierbij gekoeld tot ongeveer -70˚C
CVDCentraal Veneuze Druk
CX Circumflex arteryzie Ramus Circumflex (RCx)

D


D1 t/m D4Diagonaal takken, aftakkingen van de LAD (RDA) richting het anterolaterale gedeelte van de linker ventrikel.
DCM(P)Dilaterende Cardio Myopathie
DDD/DDI(R)Nomenclatuur voor het type en de instelling van een pacemaker. Bij een DDD pacemaker wordt zowel in de rechterboezems als de rechterkamer gesensed en gepaced.
DESDrug Eluting Stent

E


ECVElektrische Cardioversie
ECGElektrocardiogram
EDVEind Diastolisch Volume
EFEjectiefractie
EFOElektrofysiologisch Onderzoek
Klinisch onderzoek dat wordt verricht ter evaluatie van AV-geleidingstoornissen en/of ventriculaire en supraventriculaire hartritmestoornissen.
EOLEnd of Life
Term uit de pacemaker/ ICD wereld die aangeeft dat de batterij bijna leeg is en de pacemaker op korte termijn vervangen dient te worden.
EPDElectronisch Patiënten Dossier
ESCEuropean Society of Cardiology

F


FFRFractionele Flow Reserve
Cathetertechniek waarbij door middel van intracoronaire drukmetingen, de hemodynamische significantie van een stenose kan worden bepaald.
FRIMAFree RIMA, zie RIMA
FSFractional Shortening
De verkortingsfractie.
FVTFast (snelle) Ventriculaire Tachycardie
Terminologie uit de ICD wereld. Als een ICD een snelle VT registreert, wordt vaak overgegaan tot therapie. Er wordt dan gekozen voor ATP of eventueel een shock.

G


GPIIb3AGlycoproteine IIb3a receptor antagonist
Intraveneus medicament dat zorgt receptor voor directe thrombcytenaggregatieremming via blokkering van de GpII b3a antagonist receptor. Deze medicatie (zoals Abciximab, Reopro®) is bewezen effectief gebleken ten tijde van een ST elevatie acuut myocardinfarct met stentplaatsing en wordt tegenwoordig (naast aspirine en clopidogrel) al in de ambulance toegediend.

H


HCMHypertrofische Cardiomyopathie
HOCMHypertrofische Obstructieve Cardiomyopathie
HRHartritme

I


IABPIntra Aortale Ballon Pomp
Tijdelijke mechanische ondersteuning van de hemodynamiek door diastolische counterpulsatie van een ballon in de aorta descendens. Hierdoor verbetert de perfusie van de coronairen en vermindert de afterload. Er bestaat een indicatie bij mensen met een (dreigende) cardiogene shock op basis van instabiele angina pectoris, na een myocardinfarct of na PTCA procedure en bij patiënten met ernstig hartfalen of acute mitralisklepinsufficiëntie. Een IABP kan  via de arterie femoralis worden ingebracht en enkele dagen worden gebruikt.
IAPInstabiele angina pectoris
1. Angina pectoris (AP) in rust.
2. Recent ontstane AP bij normale dagelijkse activiteiten en/of frequent (>3x per dag) optreedt.
3. AP waarbij de klachten vaker, ernstiger, langduriger of bij minder inspanning optreden dan voorheen en al optreedt bij geringe dagelijkse activiteiten;
4. AP die optreedt binnen 2 weken na een myocardinfarct of PTCA
IASInter Atriaal Septum
IVGSIntraventriculaire Geleidingstoornis
Verbreed QRS complex, door aspecifieke ventriculaire geleidingsvertraging, niet volgens typisch RBTB of LBTB.
ICDImplanteerbare Cardiale Defibrillator
ICUIntensive Care Unit
IPL-infarctInfero-postero-lateraal infarct
Een infarct meestal ten gevolge van afsluiting van de RCA of RCX.
IVSInter Ventriculair Septum
IVUSIntravascular Ultrasound
Cathetertechniek waarbij met echografie in de coronair arteriën atherosclerotische plaques worden gevisualiseerd. Het kan ook behulpzaam zijn bij het evalueren van de juiste plaatsing van een stent.

L


LALinker Atrium
LAALeft Atrial Appendage
Het linker hartoor
LADLeft Anterior Descending coronary artery (zie RDA)
LAFB/LAHBLinks anterior hemiblok
Uitval van de anterior fascikel van de linker bundeltak.
LBBB/LBTBLinker BundelTak Blok
Volledige uitval van de linker bundeltak.
LCALinker Coronair Arterie
Ontspringt uit de linker coronaire cusp (LCC) en splitst zich normaalgesproken in de LAD (ofwel RDA) en de Circumflex arterie (ofwel RCX).
LCCLinker Coronary Cusp
Onderdeel van de aortaklep en de oorsprong van de LCA.
LIMALeft Internal Mammarian Artery
Afsplitsing van de a. subclavia links. Deze verloopt achter het sternum en geeft kleine takken af naar sternum en ribben. Bij bypass chirurgie worden de kleine aftakkingen geklipt en wordt de LIMA als bypass gebruikt voor stenosen in de LAD en/of meerdere diagonaal takken.
LPFB/LPHBLinks Posterior Hemiblok
Uitval van de posterior fascikel van de linker bundeltak.
LVLinker Ventrikel
LVADLeft Ventricular Assist Device
Mechanische ondersteuning van de hemodynamiek door middel van een pomp die tijdens een operatie in het hart wordt geplaatst. LVA D’s zijn tegenwoordig draagbaar en kunnen weken tot maandenlang gebruikt worden, voornamelijk in de wachttijd tot een harttransplantatie.
LVEDDLinker Ventrikel Eind Diastolische Diameter
LVEDPLinker Ventrikel Eind Diastolische druk
LVEFLinker Ventrikel Ejectie Fractie
Een normale LVEF bedraagt ca. 60%.
LVESDLinker Ventrikel Eind Systolische Diameter
LVHLinker Ventrikel Hypertrofie
LVSDLinker Ventrikel Systolische Dysfunctie
LVOTLinker Ventrikel Outflow Tract
LVPWLinker Ventrikel Posterior Wall

M


MAPMean Arterial Pressure
Gemiddelde bloeddruk. (2x diastole + 1x systole) / 3
MAZEEigenlijk geen afkorting
Wordt soms kort gebruikt voor MAZE ablatie. Dit is een procedure ter behandeling van atriumfibrilleren, waarbij een ablatie verricht wordt rondom de inmonding van de longvenen van het linker atrium.
MIMitralisklep Insufficientie
MO 1 t/m 3Margo Obtusis
Aftakkingen van de ramus circumflexus van de linker coronair arterie. Deze voorzien in de perfusie van het laterale gedeelte van de linker ventrikel.
MPAPMean Pulmonary Artery Pressure
Gemiddelde druk in de arteria pulmonalis: Komt overeen met (2x diastolische PAP + 1x systolische PAP) / 3.
MSMitralisklep Stenose
MSCTMultislice CT
Wordt tegenwoordig steeds vaker gebruikt voor non-invasieve beeldvorming van de coronairen.
MVAMitral Valve Area
Het mitralisklepoppervlak.
MKPMitralis Klep Plastiek
Reparatie van een mitralisklep bij mitralisklepinsufficiëntie of stenose. Bij dilatatie van de annulus wordt vaak een ring geplaatst.
MVPMitral Valve Prolaps (mitralisklep prolaps)
Abnormaal doorbuigen van de mitralisklep, waardoor de klep niet meer goed sluit.
MVRMitral Valve Replacement (mitralisklep vervanging)
Vervanging van de mitralisklep door een bioprothese of kunstklep.

N


Non STEMIMyocardinfarct zonder ST elevatie op het ECG
NSVTNon-sustained Ventrikel Tachycardie
Ventriculaire tachycardie die korter duurt dan 30 seconden en waarbij geen sprake is van hemodynamische instabiliteit.
NYHANew York Heart Association
Classificatie die de ernst van de klachten voor patiënten beschrijft:
NYHA I: geen klachten.
NYHA II : klachten tijdens forse inspanning.
NYHA II : klachten tijdens matige inspanning.
NYHA IV : klachten in rust of bij lichte inspanning

O


OHCAOut of Hospital Cardiac Arrest

P


PACPrematuur Atriaal Complex
Ook wel Supraventriculaire extrasystole, SVES.
PAFParoxysmaal Atriumfibrilleren
PAHPulmonale Arteriële Hypertensie
Geïsoleerde pulmonale hypertensie van alleen het arteriële vaatbed
PAPPulmonary Artery Pressure
Druk gemeten in de arteria pulmonalis.
PCIPercutane Coronaire Interventie
PCWPPulmonary Capillary Wedge Pressure
Wiggedruk. De wiggedruk komt overeen met de druk in de linker boezem.
PEPericard Effusie
PFOPatent Foramen Ovale
Bij 25% van de mensen sluit het foramen ovale niet (volledig) na de geboorte. Er kan dan bij valsalva manoeuvres een shunt van rechts naar links ontstaan.
PHTPulmonale Hypertensie
Hypertensie van het arteriële en veneuze pulmonale vaatbed. Vaak secundair aan een cardiale oorzaak.
PHTPressure Half Time
PIPulmonalisklep Insufficiëntie
PJCPrematuur Junctioneel Complex
PLCXPostero-Laterale tak van de ramus circumflex
Voorziet in de perfusie van het posterolaterale gedeelte van de linker ventrikel.
PL-takPostero-Laterale tak
Vertakking van de rechter coronair arterie of circumflex. In het laatste geval spreekt men vaak van de PLCX.
PMPacemaker
PMTPacemaker Mediated Tachycardia
Tachycardie die door de pacemaker zelf wordt veroorzaakt en soms in stand wordt gehouden. Door aanpassing van de instellingen van de pacemaker kan het ontstaan van een PMT worden voorkomen en/of de PMT worden beëindigd.
POBPijn Op Borst
PSPulmonalisklepstenose
PTCAPercutane Transluminale Coronair Agioplastiek
Dotterprocedure met of zonder stent plaatsing.
PVCPrematuur Ventriculair Complex
Ook wel Ventriculaire extrasystole (VES) genoemd.
PVRPulmonic Valve Replacement
Pulmonalisklepvervanging

R


RARechter Atrium
RBBB/RBTBRechter Bundeltak Blok
Volledige uitval van de rechter bundeltak.
RCARechter Coronair Arterie
Ontspring uit de linker coronaire cusp (LCC) en verloopt in de rechter atrioventriculaire groeve. Voorziet voornamelijk in perfusie van de rechter ventrikel en onderwand. Vaak splitst de RCA in een posterolaterale tak (PL-tak) en de ramus descendens posterior (RDP). De RCA geeft vaak proximaal een tak af richting de sinusknoop.
RCCRight Coronary Cusp
RCxRamus Circumflex
Ook wel kortweg Cx. Afsplitsing direct na de hoofdstam van de linker coronair arterie. Voorziet in perfusie van posterieure en posterolaterale zijde van de linker ventrikel. De Cx verloopt in de linker atrio-ventriculaire groeve en geeft een aantal aftakkingen. De Margo Obtusis (MO) en posterolateraal (PLCX) takken.
RDARamus Descendens Anterior
Ook wel LAD (left anterior descending artery). Het betreft de grootste tak van de linker coronair arterie. Deze verloopt in de voorste interventriculaire groeve en is verantwoordelijk voor de perfusie van het septum en de voorwand en anterolaterale zijde van het hart. Vanaf de RDA zijn er vertakkingen naar anterolateraal (Diagonale takken, D1, D2, D3 etc) en naar het septum (S1, S2, S3 etc). Vaak verloopt de RDA tot over de apex van het hart.
RDPRamus Descendens Posterior
Betreft een aftakking van de rechter coronair arterie of circumflex en verzorgt de doorbloeding van het septum. Indien de RCA de RDP afgeeft spreken wij van een rechts dominant systeem. Indien de RCX de RDP afgeeft spreken wij van een links dominant systeem.
RF-ablatieRadiofrequentie-ablatie
Elektrofysiologische ablatie procedure waarbij gebruik wordt gemaakt van hoogfrequente radiogolven. De elektrodetip bereikt een temperatuur van ongeveer 50˚C.
RIMARight Internal Mammarian Artery.
Afsplitsing van de a. subclavia rechts. Deze verloopt achter het sternum en geeft kleine takken af naar sternum en ribben. Bij bypass chirurgie worden de kleine aftakkingen geklipt en wordt de RIMA indien mogelijk als directe bypass gebruikt voor stenosen in de RCA. Indien dit vanwege de lengte of kwaliteit niet mogelijk is wordt de RIMA losgeknipt van de a. subclavia en als vrije bypass gebruikt. Wij spreken dan van een Free RIMA (FRIMA).
RVRechter Ventrikel
RVHRechter Ventrikel Hypertrofie
RVOTRechter Ventrikel Outflow Tract

S


SAMSystolic Anterior Movement van de mitralisklep
Bij hypertrofische (obstructieve) cardiomyopathie, of bij ziekten van de mitralisklep kan het voorste klepblad van de mitralisklep te veel naar het septum toe bewegen/worden gezogen. Hierdoor ontstaat (verdere) obstructie van het linker ventrikel outflowtract en mitralisklep insufficientie.
SBESystemische Bacteriële Endocarditis
Deze afkorting wordt bijvoorbeeld gebruikt in “SBE-Profylaxe”.
SEHSpoed Eisende Hulp
S-L delaySeptum to Lateral delay
Echografische parameter om de dyssynchronie van de linker ventrikel te meten. Het betreft hier de tijd tussen de contractie van de septale en laterale wand. Bij een delay van meer dan 65 milliseconden wordt gesproken over dyssynchronie.
SRSinusritme
STEMIST Elevatie Myocard Infarct
In principe is een ST-elevatie myocardinfarct een indicatie voor spoed PTCA.
SVESSupraventriculaire Extrasystole
Ook wel prematuur atriaal complex (PAC) genoemd.
SVGSaphenous Vein Graft
Veneuze bypass graft van de vena saphena magna.
SVTSupraventriculaire Tachycardie

T


TEETransoesophageale Echocardiografie
Ook wel OES of slokdarm echo. Deze wordt voornamelijk verricht ter evaluatie van klepafwijkingen, atriumseptumdefect, overige congenitale hartziekten, bij verdenking op endocarditis en analyse naar eventuele cardiale emboliebron.
TITricuspidalisklep Insufficiëntie
Een TI is meestal fysiologisch. Met echocardiografie kan door deze fysiologische TI de gradiënt over de tricuspidalisklep worden gemeten. Aan de hand daarvan kan een schatting worden gemaakt van druk in het longvaatbed.
TTETransthoracale Echocardiografie
TVPTricuspidalis Klep Plastiek
Reparatie van een tricuspidalisklep bij ernstige tricuspidalisklepinsufficiëntie. Bij dilatatie van de annulus wordt vaak een ring geplaatst.
TVPTricuspidalis Klep prolaps
Abnormaal doorbuigen van de tricuspidalisklep, waardoor de klep niet meer goed sluit.
TVRTricuspidalisklep Vervanging (Replacement)

V


VCIVena Cava Inferior
VCSVena Cava Superior
VESVentriculaire Extrasystole
Wordt ook wel prematuur ventriculair complex (PVC) genoemd.
VFVentrikel Fibrilleren
VO2 MaxMaximale zuurstof opname capaciteit
Deze waarde wordt berekend bij inspanningstest met registratie van de ventilatie. Het is de meest nauwkeurige objectieve maat voor de ernst van patiënten met hartfalen.
VSDVentrikel Septum Defect
VTVentrikel Tachycardie
VVI/VVIRNomenclatuur voor het type en/of de instelling van een pacemaker. Bij een pacemaker met instelling VVI of VVIR wordt alleen in de rechterkamer gepaced en gesensed.
VVTerm uit de cardiale resynchronisatie therapie
De tijd tussen pacing van optimalisatie de linkerkamer en de rechterkamerdraad (de VV-tijd) kan worden gevarieerd zodat het slagvolume van de linkerkamer, gemeten met echocardiografie het hoogst is. Het proces van optimaliseren van de VV-tijd noemen wij VV-optimalisatie.

W


WPWWolff-Parkinson White syndroom
Syndroom van klachten van palpitatiessyndroom en een afwijkend ECG met een delta-golf voorafgaand aan het QRS complex (i.e. pre-excitatie). De klachten worden veroorzaakt door een macro-re-entrycircuit waarbij een extra verbinding tussen atria en ventrikels is betrokken. Zie ook AVRT.